Wat hebben gastvrijheid en allergenen met elkaar te maken? Heel. Erg. Veel.
Stel je voor, je bent een avond uit met je familie. Bijvoorbeeld ter gelegenheid van Moederdag. Én je moeder heeft een glutenallergie. Er is gereserveerd bij een restaurant waar je voorheen ook altijd prima terecht kon met een glutenallergie. Iedereen is gearriveerd, en je drinkt gezellig samen een aperitief.
Na een tijdje mag je aan tafel en iedereen ontvangt de menukaart.
Moeder vraagt wat voor haar mogelijk is, of dat ze overal uit mag kiezen. Zo even snel tussen neus en lippen door wordt door de medewerkster verteld dat dat een probleem gaat worden en dat het zelfs niet meer mogelijk is om er frietjes bij te krijgen. Ook wordt er geen alternatief geboden.
De sfeer draait gelijk om. Degene om wie het etentje draait is zwaar teleurgesteld. Ze wilde namelijk graag met haar hele gezin uit eten, en nu werd zij zelf behandeld als ‘lastig’.
Naast haar teleurstelling, veranderde ook de hele sfeer aan tafel. De gast die een allergie heeft wordt bestempeld als lastig, en wordt niet gezien. Ook wordt er niet geluisterd en er wordt geen alternatief geboden. Terwijl juist dit restaurant was uitgekozen omdat het ook voor de gast met een glutenallergie een goed aanbod had, én ze daar zeer keurig mee om konden gaan.
De gast is teleurgesteld, haar hele avond lijkt verpest. En daarmee ook voor de overige gasten van haar gezelschap.
Niet alleen hebben ze geen leuke avond gehad, en heeft niet iedereen lekker gegeten. Bij het afrekenen wordt er geen fooi gegeven, en het restaurant heeft er een slechte recensie bijgekregen. Daarbij komt niemand van het gezin ooit nog bij dit restaurant.